CAO voor uitzendkrachten en CAO Sociaak fonds voor de uitzendbranche algemeen verbindend verklaard

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de CAO voor Uitzendkrachten én de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche (SFU) per 18 april 2018 algemeen verbindend verklaard. De besluiten gelden tot en met 31 mei 2019. Dit betekent dat nu ook alle uitzendondernemingen in Nederland die geen lid zijn van de ABU (of NBBU) de ABU-CAO voor Uitzendkrachten moeten naleven en een percentage van de loonsom aan SFU moeten afdragen.

SFU financiert projecten die te maken hebben met opleidingen, arbeidsomstandigheden in de branche en naleving van de cao’s voor uitzendkrachten. Met de gelden wordt bijgedragen in de kosten voor de activiteiten van STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche), STAF (Stichting Arbo Flexbranche) en de SNCU (Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten).

De CAO voor Uitzendkrachten is afgesloten met FNV Flex, CNV Vakmensen, De Unie en LBV. Bij de SFU-CAO is ook de NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) partij.

Verhoging ABU Loongebouw (per 2 juli 2018) en wettelijk minimumloon (per 1 juli 2018)

De cao-partijen hebben een loonsverhoging van 1,84% voor het ABU-loongebouw afgesproken (kolom I functiegroepen 4 t/m 6 en kolommen II en III). Deze verhoging gaat in per 2 juli 2018. De overeengekomen loonsverhoging geldt niet voor uitzendkrachten die worden beloond op basis van de inlenersbeloning of op WML*.

De loonsverhogingssystematiek is, zoals gebruikelijk, als volgt:

  1. De salarisbedragen uit het ABU-loongebouw die deel uitmaken van de CAO voor Uitzendkrachten 2017-2019 (artikel 28 lid 2) worden per 2 juli 2018 verhoogd met 1,84%. De verhoging van 1,84% is niet toegepast op de functiegroepen 1 t/m 3 in de Allocatiegroep (kolom I). Daarop is de verhoging van de WML-bedragen door het ministerie van SZW toegepast.
  2. De feitelijke bruto-uurlonen van uitzendkrachten worden per 2 juli 2018 verhoogd met 1,84%. Deze verhoging betreft alle uitzendkrachten die op 2 juli 2018 een lopende uitzendovereenkomst hebben met hun uitzendonderneming, behalve: a.  de uitzendkrachten op wie op 2 juli 2018 krachtens de cao de inlenersbeloning wordt toegepast; b.  de uitzendkrachten die op 2 juli 2018 een brutobeloning genieten conform de Kolom I functiegroep 1 t/m 3 van de ABU-beloning.